view of the museum

Geschiedenis
Het Maritiem Museum Curaçao neemt haar bezoekers mee op een ontdekkingsreis door de scheepvaartgeschiedenis van het eiland Curaçao. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van een permanente tentoonstelling van authentieke nautische kaarten, scheepsmodellen en navigatie-apparatuur, in combinatie met audio-visuele technieken.

Curaçao, een eiland met havens
Curaçao heeft haar maritieme welvaart aan een gunstige ligging te danken. Bij dit eiland komen de internationale handelsroutes van de Atlantische Oceaan bij elkaar. Aan de zuidkust heeft Curaçao een paar uitstekende havens. Die ontstonden aan het einde van de IJstijd, meer dan 10.000 jaar geleden. Toen het ijs smolt, vulden de uitgeholde bekkens zich met zeewater. 
Willemstad, de hoofdstad van Curaçao, werd rond zo’n bekken gebouwd. 
De St. Annabaai, het Schottegat en het Waaigat vormen een binnenwater van zo’n vier vierkante mijlen (10 km²) met een diepte van ongeveer vijfenzestig voet (20 m). Het verschil tussen eb en vloed is krap twee voet (60 cm), wat de haven van Curaçao een uitstekende en veilige, natuurlijke haven maakt.

Indianen en Spanjaarden
Waarschijnlijk werd Curaçao zo’n tweeduizend jaar geleden voor het eerst bewoond. Deze eerste bewoners, de Arawaken van de Caquetios stam, kwamen van het vaste land van Zuid-Amerika. Tegen de tijd dat de Spanjaarden op Curaçao kwamen, in 1499, woonden er naar schatting 2.000 Indianen op het eiland. Deze Indianen vormden verschillende stammen en woonden verspreid over vijftien dorpjes. In 1515 voerden de Spanjaarden veel Indianen als slaven af. In de Spaanse periode, tussen 1499 en 1634, werd er zeer weinig handel gedreven. De Spanjaarden maakten weinig gebruik van Curaçao en bestempelden het eiland als “nutteloos”.

Map Caribbean

De West-Indische Compagnie
De Nederlandse West-Indische Compagnie (WIC) zag Curaçao als een potentieel waardevolle basis in het Caribisch gebied. Op 29 juli 1634 veroverden de Nederlanders het eiland. Er werd weinig weerstand geboden: er waren maar 32 Spanjaarden op het eiland, onder wie tien kinderen. Samen met het merendeel der Indianen werden zij naar het vaste land verbannen. Onder de WIC werd Curaçao een handelscentrum, en de haven was open voor alle vormen van handel, inclusief die van zelfstandige ondernemers. Ondertussen moedigde de WIC ook de kolonialisatie aan.

Willemstad, havenstad
In de veertiger jaren van de 17de eeuw ontstond er rond de St. Annabaai een havenstad: Willemstad. Deze stad, die tussen 1676 en 1732 groeide, bleef daarna praktisch ongewijzigd tot 1860. Het havengebied van Willemstad was een smeltkroes van culturen. Uit alle uithoeken van de wereld kwamen hier zeelieden. De bemanningsleden werden na iedere reis uitbetaald, daarna moesten ze zichzelf maar zien te redden tot ze weer als bemanningslid op een ander schip terecht konden. Veel zeelieden woonden op Curaçao en de meesten waren slaven, vrije slaven of mulatten. Curaçao werd een belangrijke standplaats voor Nederlandse kapers, en het eiland dankte veel van haar welvaart aan deze kapers. Bovendien zorgden zij voor een belangrijke beveiliging tegen aanvallen van vijandige kapers.

De slavenhandel
Tussen 1670 en 1815 was Curaçao het centrum voor de Nederlandse slavenhandel. Vele duizenden Afrikanen werden van hieruit vervoerd naar Zuid-Amerika en de Caribische Eilanden om daar als slaven op plantages te werken. De West-Indische Compagnie had verscheidene bases aan de westkust van Afrika. De grootste was Fort Elmina, oorspronkelijk gebouwd door de Portugezen en een belangrijke slavenmarkt. Na 1730, liet de WIC de slavenhandel steeds meer over aan particulieren.

Smokkelarij 
Een levendige, zwarte handel met de Spaanse kolonialisten op het vaste land ontwikkelde zich op Curaçao. De Spaanse koloniën waren geïsoleerd. Officieel mochten zij alleen maar handel drijven met Spanjaarden, maar de contacten met de Spaanse vloot waren weinig. Dientengevolge was er een voortdurend gebrek aan slaven, Europese goederen en afnemers van producten. De illegale handel met de Nederlandse Republiek was zeer welkom. In de achttiende eeuw groeide deze handel dusdanig dat Venezuela economisch afhankelijk werd van Curaçao. Een situatie die bleef voortduren tot in de negentiende eeuw. 

Curaçao onder Groot Brittannië
Tussen 1650 en 1670 hadden de Britten en de Nederlanders het voortdurend met elkaar aan de stok. Vooral het monopolie dat Curaçao in de slavenhandel bezat, was de Britten een doorn in het oog. Nadat zij in 1665 de Nederlanders uit New York hadden verjaagd, verlegden zij hun aandacht naar Curaçao. Zij namen piraten in de arm op het vuile werk op te knappen. Tegen het einde van de achttiende eeuw bezetten de Fransen de Nederlandse Republiek in Europa. De Franse marine gebruikte Curaçao al spoedig als haven, maar het eiland moest voor de kosten opdraaien. En bovendien blokkeerden de Britten, die in oorlog waren met de Fransen, de handel van het eiland.
Internationale haven
Tussen 1800 en 1840 vond er wereldwijd een malaise in de handel plaats. Zuid-Amerika, waar Curaçao de meeste producten afzette, ging gebukt onder onafhankelijkheidsoorlogen. Het werd erg rustig in de haven van Willemstad. In een poging weer handel aan te trekken, werd Willemstad in 1827 een vrije haven, waar geen belasting of accijns werd geheven.
Packet services and connection lines
In de negentiende eeuw ontstond er een geregelde pakketdienst tussen Europa en Curaçao. In 1827-1829 werd de raderstoomboot Curaçao geïntroduceerd. Dit was wel een beetje een gok, want het gebruik van stoom stond nog in de kinderschoenen.
Vanaf 1910 voeren er meer motorschepen op olie dan op stoom. Curaçao deed daar snel haar voordeel mee. Nergens in het Caribisch gebied kon men wedijveren met de snelheid en de prijs van Curaçao.
Tegen 1939 was Curaçao de zevende drukste haven van de wereld. De piek kwam in 1952. In de jaren daarna werd de functie als doorvoerhaven geleidelijk aan van minder betekenis. Tussen 1914 en 1930 werd Willemstad een belangrijk tank-station voor schepen. S.E.L. Maduro & Sons, met zijn eigen water-faciliteiten en ijs-fabriek, was verreweg de belangrijkste leverancier van kolen. 

Cruise-tourisme
In 1901 deed het eerste cruise-schip Curaçao aan. Het was de Prinses Victoria Luise uit New York. Door de aantrekkelijk geprijsde producten in de winkels, werd Curaçao een populaire bestemming voor cruise-schepen. Niet alle cruise-schepen konden in de haven aanleggen. De smalle ingang maakte dat niet altijd mogelijk. Er werd dan eenvoudigweg buitengaats afgemeerd. Het cruise-tourisme bereikte een hoogtepunt in 1976. Maar door de sterke stijging van de brandstofprijzen werd het reizen per boot van de Verenigde Staten naar het Caribisch gebied erg duur, en na 1976 werd het tourisme op Curaçao steeds meer afhankelijk van luchtverkeer. 


De Isla Raffinaderij
Op 31 juli 1914 ontdekte men olie in het meer van Maracaibo in Venezuela. De Koninklijke Oliemaatschappij, de Shell, koos Curaçao als basis. De belangrijkste reden voor die keuze was de grote en diepe, natuurlijke haven. Tussen 1918 en 1924 werd op Curaçao een raffinaderij gebouwd met eigen werven in het Schottegat. Olie werd de motor waar de Curaçaose economie op draaide. In 1914 werd het Panama Kanaal geopend. Curaçao maakte zich klaar voor een toevloed van handel. Maar de verwachtingen kwamen niet uit. Het was niet zozeer het Panama Kanaal als wel de olie-industrie die de economie van Curaçao drijvende hield.

Droogdok
In 1926 werd in Willemstad het eerste dok gebouwd: het drijvende droogdok Koningin Wilhelmina. Al spoedig bleek dat dit dok te klein was. In 1929 werd de capaciteit verdubbeld door de bouw van droogdok Juliana. In 1941 kwam daar het drijvende dok Beatrix bij. Dat was noodzakelijk om tijdens de oorlogsjaren te kunnen voldoen aan de vraag naar dok-faciliteiten. In de jaren zeventig breidde de Curaçaose Dok Maatschappij (CDM) haar faciliteiten enorm uit door het bouwen van het Antillia dok, een dok dat schepen tot 130.00 ton aan kan.

Havenbeheer
In 1960 werd het werk in de haven gereorganiseerd. Er werd een nieuwe maatschappij in het leven geroepen voor de verhuur van werven en de daarbij behorende faciliteiten. Bijgevolg exploiteerde de organisatie meer dan 85 procent van de havens in Willemstad die niet met olie te maken hadden. Onder druk van de regering kwam het uiteindelijk in 1982 tot een fusie en kwam de Curaçao Ports Authority (CPA) tot stand. De directe oorzaak van de fusie was de wens van de Curaçaose regering tot een efficiënt en betrouwbare beheer van de havens van het eiland te komen, vooral toen de container haven in 1984 werd geopend. Tussen 1982 en 1984 voerde de CPA een drastische reorganisatie van het beheer van de Curaçaose havens door. Na deze reorganisatie was Curaçao in staat een dynamisch, productief en efficiënt beheer van de havens te voeren. Als haven-organisatie van het eiland, kreeg de Curaçao Port Services (CPS) de taak toegewezen ladingen af te handelen en haven-installaties te onderhouden.

 
Home | Geschiedenis

Openingstijden:
Dinsdag t/m zaterdag
van 9:00 tot 16:00

Informatie:
Voor meer informatie neem contact met ons op:

Tel:
+5999 465-2327
Fax:
+5999 465-2448

E-mail:
info@curacaomaritime.com

Gedetailleerde Kaart:
Copyright 2009 CuracaoMaritime.com | All Rights Reserved.