English Nederlands volg ons op facebook

Curaçao, een eiland van havens


Curaçao dankt haar maritieme bloei aan haar gunstige ligging. Dit is het eiland waar de internationale handelsroutes van de Atlantische Oceaan samenkomen. Langs de zuidkust heeft Curaçao verschillende uitstekende havens. Deze werden meer dan 10.000 jaar geleden gevormd, aan het eind van de IJstijd. Toen het ijs smolt werden de uitgeholde bekkens gevuld met zeewater.
Willemstad, de hoofdstad van Curaçao, werd rond de haven gebouwd. De Sint Annabaai, Schottegat en Waaigat vormen samen een binnenwater van plm 10 km² met een diepte van plm 20 meter. Het verschil tussen eb en vloed is slechts 60 cm. Dit maakt van Curaçao een uitstekende en veilige natuurlijke haven.
 

Indianen en Spanjaarden


Curaçao was waarschijnlijk zo’n tweeduizend jaar geleden voor het eerst bewoond. Deze oorspronkelijke bewoners, de Arawak Indianen van de Caquetios stam, kwamen over van het vaste land van Zuid Amerika. Toen de Spanjaarden in 1499 arriveerden woonden er ongeveer 2000 Indianen op Curaçao. Zij vormden verschillende stammen, verspreid over 15 dorpen. In 1515 deporteerden de Spanjaarden de Indianen als slaven. Er was slechts een zwakke handel gedurende de Spaanse periode van 1499 tot 1634. De Spanjaarden maakten weinig gebruik van Curaçao en betitelden het als een nutteloos eiland.
 

De West Indische Compagnie


De Nederlandse West Indische Compagnie (WIC) zag Curaçao als een potentieel waardevolle basis in het Caribisch gebied. Op 29 juli 1634 namen de Nederlanders het eiland over. Er was weinig weerstand: er waren slechts 32 Spanjaarden op het eiland waarvan tien kinderen. Samen met de meeste Indianen werden ze gedeporteerd naar het vaste land.
Onder de West Indische Compagnie werd Curaçao een handelscentrum. De stad werd gebouwd met een haven die open stond voor alle handel, inclusief particuliere handelaren. Ondertussen moedigde de WIC ook de kolonisatie aan.
 

Willemstad: havenstad


Rond 1640 werd de Sint Annabaai de lokatie voor een havenstad: Willemstad.
De stad groeide tussen 1676 en 1732 bleef tot 1860 nagenoeg onveranderd. De haven van Willemstad vormde een smeltkroes van culturen. Zeevarenden van elke uithoek van de aarde kwamen hier samen. Bemanningen werden uitbetaald na elke reis. Het was daarna aan de mannen zelf om voor zichzelf te zorgen tot ze een nieuw schip hadden gevonden. Vele zeelui woonden op Curaçao en de meeste waren slaven, bevrijde slaven of mulatten. Curaçao werd de belangrijkste basis voor Nederlandse kapers. De welvaart op het eiland was veel te danken aan deze kapers. Bovendien voorzagen ze in de noodzakelijke bescherming tegen aanvallen van vijandige kapers.
 

Slavenhandel


Tussen 1670 en 1815 was Curaçao het centrum van de Nederlandse slavenhandel. Duizenden Afrikanen werden naar hier getransporteerd om te werken op de plantages van Zuid Amerika en de Caribische eilanden. De West Indische Compagnie had verschillende bases aan de westkust van Afrika. Fort Elmina, oorspronkelijk gesticht door de Portugezen, was de grootste en de lokatie van een belangrijke slavenmarkt. Na 1730 liet de WIC de slavenhandel in toenemende mate over aan particuliere slavenhandelaren.
 

Smokkelhandel


Op Curaçao ontstond een levendige zwarte handel met de Spaanse kolonialen op het vaste land. Spaanse koloniën werden geïsoleerd. Officieel werd ze alleen toegestaan om te handelen met Spanjaarden, maar de contacten met de Spaanse vloot stelden niets voor. Derhalve was er een continue tekort aan slaven, Europese goederen en klanten voor de produkten. De illegale handel met de de Hollandse Republiek was meer dan welkom. In de achttiende eeuw groeide de handel zodanig dat Venezuela economisch afhankelijk werd van Curaçao. Deze situatie duurde tot in de negentiende eeuw.
 

Curaçao onder Engels bewind


Tussen 1650 en 1670 had Engeland het regelmatig aan de stok met de Nederlanders. Het monopoly van Curaçao in de slavenhandel was een doorn in het oog van de Engelsen. Nadat ze de Nederlanders in 1665 hadden verjaagd uit New York, richtten ze nu hun aandacht op Curaçao. Ze namen kapers in dienst om het vuile werk te doen.
Tegen het einde van de achttiende eeuw, bezetten de Fransen de Hollandse Republiek in Europa. De Franse marine ging Curaçao spoedig gebruiken als haven en het eiland betaalde de kosten. Bovendien blokkeerden de Engelsen, die in oorlog waren met de Fransen, de handel op het eiland.
Curaçao was er daarom op gebrand om bevrijd te worden van de Fransen. Het eilandsbestuur was zelfs voorbereid om de Britse overheersing te accepteren. Van 1800 tot 1803 en van 1807 tot 1816 werd Curaçao bestuurd door de Engelsen. In 1816 kregen de Nederlanders het eiland terug. Ondertussen was de Hollandse Republiek het Koninkrijk der Nederlanden geworden met haar eigen koninklijke marine.
 

Internationale haven


In de jaren 1800-1840 stagneerde de handel wereldwijd. Zuid Amerika, waar de meeste goederen uit Curaçao werden verkocht, was in de greep van onafhankelijkheidsoorlogen.
De haven van Willemstad lag in de luwte. In een poging om de handel aan te trekken, werd Willemstad tot vrijhaven verklaard zonder belastingen en accijnsen. De haveninkomsten liepen weer op rond 1840. Rond 1860 keerde het tij. Handel en scheepvaart namen belangrijk toe. Rond 1900 was Willemstad een levendig handelscentrum met voornamelijk moderne fasciliteiten. De scheepsbouw floreerde tussen 1840 en 1890. Curaçaose scheepsbouwers waren vooral bekend om hun schoeners. Hun afmeting en constructie maakten deze vaartuigen ideaal voor zeeverkeer naar Amerika en Europa. In de jaren na 1890 kwamen Curaçaose scheepsbouwers onder toenemende druk door concurrentie van het goedkopere Trinidad & Tobago. De belangrijkste scheepsbouwers op Curaçao waren J.A. Jessurun en S.E.L. Maduro.
 

Pakketdiensten en verbindingslijnen


In de negentiende eeuw kwam een geregelde pakketdienst tussen Europa en Curaçao op gang. In 1827-1829 werd de rader stoomboot Curaçao geïntroduceerd. Het was een gok, want stoom stond nog in de kinderschoenen. Bovendien was de Curaçao een redelijk klein vaartuig voor oceaanreizen. De Curaçao was het eerste stoomschip dat de Atlantische Oceaan overstak. De oversteek werd in 28 dagen gemaakt; zeilschepen hadden daar 40 dagen voor nodig. Echter, na drie reizen, overladen met problemen, werd het experiment gestopt.
In 1882 werd een lijn Amsterdam –New York–Curaçao tot stand gebracht. Verbindingen met Curaçao werden ingrijpend verbeterd en Curaçao werd een belangrijk centrum, vooral ook omdat Curaçao de eerste haven was voor veel Europese schepen die de Atlantische Oceaan overstaken. Rond 1910 bezochten per maand ongeveer 25 schepen van reguliere lijnen uit zeven verschillende landen de haven. In 1939 was Curaçao de zevende drukste haven ter wereld. De piek kwam in 1952. In de jaren daarna nam de functie van doorvoerhaven gelijdelijk af.
Vanaf 1910 voeren schepen steeds meer op olie dan op kolen. Curaçao speelde daar snel op in. Nergens in het Caribisch gebied was er te concurreren met de snelheid en prijs op Curaçao.
Tussen 1914 en 1930 werd Willemstad een belangrijk olielaad station. S.E.L. Maduro & Sons was veruit de grootste bevoorrader van kolen. Met zijn eigen watervoorziening en ijsfabriek was de scheepswerf van S.E.L. M de meest aantrekkelijke plaats voor kolen.
 

Cruise toerisme


In 1901 arriveerde het eerste passagiersschip, de Prinzessin Victoria Louise uit New York.
Met de aantrekkelijke prijzen en produkten in haar winkels, ontwikkelde Curaçao zich tot een populaire bestemming voor passagiersschepen. Niet alle schepen meerden af in de haven. Door de nauwe ingang bleven veel schepen weg. Zij gingen buitengaats voor anker. In 1976 was het cruisetoerisme op haar hoogtepunt. Echter, de abnormaal stijgende brandstofprijzen maakten varen van de Verenigde Staten naar het Caribisch gebied duur. Na 1976 werd het toerisme naar Curaçao steeds meer afhankelijk van het luchtverkeer.
 

De Isla raffinaderij


Op 31 juli 1914 werd olie ontdekt in het Meer van Maracaibo in Venezuela. De Koninklijke Shell olie Maatschappij koos Curaçao als basis. De belangrijkste reden hiervoor was de brede en diepe haven. Tussen 1918 en 1924 werd een raffinaderij met eigen aanlegplaatsen gebouwd in het Schottegat. Olie werd de motor vabn de Curaçaose economy. In1914 werd het Panamakanaal geopend en Curaçao bereidde zich voor op een toevloed aan handel. Echter, de verwachtingen werden niet verwezenlijkt. Het was de olie industrie eerder nog dan het Panamakanaal, dat de Curaçaose economy drijvende hield.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog bloeide de Curaçaose olie industrie als nooit tevoren.
De geallieerde strijdkrachten in Noord Afrika waren volledig afhankelijk van brandstof, bekend als “Navy Special”, die werd geleverd door de raffinaderijen op Curaçao en Aruba. Vanwege hun strategische betrokkenheid werden ze militaire doelen. In december 1941 begonnen de Verenigde Staten posities in het Caribisch gebied te versterken. De Koninklijke Nederlandse Marine en de Antiliaanse strijdkrachten werden onder Amerikaans commando geplaatst en Amerikaanse troepen werden op Curaçao gestationeerd. De Amerikanen bleven op het eiland tot 1947 toen het Nederlandse bestuur terugkeerde. Sinds 1950 is de verdediging van de (voormalige) Antillen volledig in handen van de Koninklijke Nederlandse Marine.
In de beginjaren ’80 was er een terugval naar de vraag naar olie. Shell ging drastisch bezuinigen. Uiteindelijk verkocht de maatschappij de raffinaderij voor een symbolische gulden aan Curaçao. De gestage neergang van de olie industrie was een zware klap voor de economie van het eiland. Nu wordt de raffinaderij gehuurd door Petroleos de Venezuela S.A. (PDVSA).
 

Het droogdok

In 1926 werd het eerste dok in Willemstad gebouwd: het drijvende dok Koningin Wilhelmina.
Het werd snel duidelijk dat dat dit veel te klein was. In 1929 werd de capaciteit verdubbeld met de komst van het drijvende dok Juliana. In 1941 werd het Beatrix droge dok uitgegraven. Het was nodig om het hoofd te kunnen bieden aan de vraag om dokfaciliteiten gedurende oorlogstijd. Gedurende de jaren 1970 breidde de Curaçaose Dok Maatschappij (CDM) de capaciteit enorm uit met de bouw van het Antillia dok, waarin schepen tot 130.000 ton kunnen worden afgehandeld.
 

Het beheer van de haven


In 1960 werden de werkzaamheden in de haven gereorganiseerd. Er werd een nieuw bedrijf opgezet, met als doel alle kades en faciliteiten te pachten. Derhalve exploiteerde de organisatie meer dan 85 procent van de niet-olie havens in Willemstad. Druk van de regering leidde in 1982 uiteindelijk tot een fusie tot de Curaçao Port Authorities (CPA). De belangrijkste reden was dat de regering van Curaçao een betrouwbaar en efficient bestuur van de havens van Curaçao wilde bereiken, vooral voor de nieuwe containerhaven welke in 1984 werd geopend.
Tussen 1982 en 1984 reorganiseerde CPA het beheer van de havens krachtig. Na deze reorganisatie kon Curaçao bogen op een dynamisch, produktief en efficient havenbeheer. Als beheerder van de haven van het eiland, nam CPA de belangrijkste taken voor het afhandelen van vracht en het onderhoud van de installaties ter hand.
 

Openingstijden

Maandag t/m zaterdag
van 9.00 tot 16.00 uur.

Gedurende het cruise seizoen is het museum soms ook geopend op zondag (nov-apr).
Bel even ter bevestiging.




Contact

Tel. +599 (9) 465 2327
info@curacaomaritime.com

Routebeschrijving